Er zijn vele redenen waarom iemand verzorging nodig heeft op een intensieve zorg afdeling. Hieronder een kort overzicht van de problemen die de patiënt kan hebben of kan ontwikkelen gedurende zijn verblijf op intensieve zorg.
Vraag gerust informatie aan de behandelende arts of de verpleegkundige.
Shock
Organen in shock krijgen niet voldoende zuurstof en bloedtoevoer om normaal te kunnen functioneren. Shock kan verschillende oorzaken hebben. De 4 meest voorkomende oorzaken en hun behandelingen zijn:
- Hypovolemische shock: bij ernstige uitdroging (dehydratatie) of grote hoeveelheden bloedverlies. Hier bestaat de behandeling uit het geven van (intraveneus) vocht en /of bloedtransfusies.
- Cardiogene shock of hartfalen: door een falende hartwerking. Hier bestaat de behandeling uit het geven van medicatie of andere vormen van ondersteuning om de hartfunctie te verbeteren.
- Obstructieve shock: wordt veroorzaakt door het vrijkomen van klonter t.h.v van de onderste ledematen (thromboflebitis) dat via de circulatie in de grote longvaten terechtkomt (“embolie”). De therapie bestaat uit het ontstollen (“verdunnen”) van het bloed
- Septische shock of ernstige infectie die zich uit in orgaanfalen: is de meest voorkomende vorm van shock. Wordt veroorzaakt door bacteriële afbraakproducten die in de bloedbaan terechtkomen. Deze toxische stoffen doen o.a de bloeddruk dalen en veroorzaken tevens veralgemeende klontervorming in het lichaam waardoor de zuurstofvoorziening van de organen in het gedrang komt. De behandeling bestaat uit het geven van (intraveneus) vocht, bloedrrukverhogende medicatie en producten tegen klontervorming alsook uit antibiotica om de infectie te bestrijden.
Acute respiratoire insufficiëntie
De belangrijkste functie van de longen is het opnemen van O2 (zuurstof) uit de atmosfeer en het verwijderen van CO2 (koolstofdioxide) uit het bloed. De ingeademende zuurstof bindt zich op de rode bloedcellichaampjes. Deze worden door het hart gepompt naar alle delen van ons lichaam om zo onze organen van zuurstof te voorzien. We spreken van acuut respiratoir falen wanneer de gasuitwisseling t.h.v van onze longen acuut verstoord is. Dit is vaak een reden van opname op de Intensieve zorg afdeling. De meest voorkomende oorzaken van acuut respiratoir falen zijn longonsteking, longoedeem al dan niet veroorzaakt door hartfalen en chronisch obstructief longlijden (COPD). De meest ernstige vorm van acuut respiratoir falen is het ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome). Deze kan onstaan door een ontsteking of infectie gelijk waar in ons lichaam of bijvoorbeeld na een vekeersongeval of een intra-craniële bloeding. Met spreekt van partiële respiratoir insufficiëntie wanneer enkel de zuurstofuitwisseling verstoord is en van globale respiratoire insufficiëntie wanneer zowel de O2 als de CO2 uitwisseling verstoord is.
De therapie van acute respiratoire insufficiëntie is afhankelijk van de ernst. Bij milde vormen dient enkel zuurstof te worden toegediend samen met ademhalingsoefeningen en kinésitherapie, doch bij ernstige vormen zal de arts moeten overgaan tot mechanische ventilatie. Deze kan op een niet-invasieve of op een invasieve wijze worden toegediend. Bij niet-invasieve ventilatie wordt zuurstof onder druk aangeboden aan de patiënt door middel van een strak zittend masker. (foto ?). Een voordeel van deze vorm van ventilatie is dat de patiënt niet hoeft in kunstmatige slaap gebracht te worden. Deze vorm van ventilatie kan echter enkel toegediend worden bij stabiele patiënten die nog goed kunnen meewerken en bij snel voorbijgaande oorzaak van acuut respiratoir falen zoals bv. longoedeem door hartfalen of een COPD opstoot. Bij ernstige gevallen van respiratoire insufficiëntie zal de arts doorgaans mechanische ventilatie moeten starten op invasieve wijze waarbij de patiënt via een endotracheale tube (tube dat geplaatst wordt in de luchtpijp) wordt beademend. Voor het plaatsen van de endotracheale tube alsook tijdens de duur van de mechanische ventilatie moet de patiënt hiervoor in een kunstmatige slaap worden gehouden. Van zodra de gasuitwisseling het toelaat laat men de patiënt uit zijn kunstmatige slaap ontwaken en wordt de mechanische ventilatie afgebouwd. In het Engels wordt dit de “weaning” genoemd, doch een adequate Nederlandse benaming bestaat hier niet voor. (=eventueel te bespreken als een aparte topic over mechanische ventilatie ?)
Chronische respiratoire insufficientie.
Chronische respiratoire insufficientie wordt vaak gezien bij patiënten die langdurig opgenomen werden op de Intensieve Zorg afdeling. Deze is te wijten aan de vaak ernstige spierverzwakking en zenuwonsteking (“critical illness polyneuropathie”) die er ontstaat bij kritisch zieke patiënten en aan een ontregeling van het ademhalingscentrum. Patiënten hebben de kracht niet meer om zelfstandig te ademen, Als het nodig is om een patiënt langdurig te beademen dan kan het nodig zijn om de endotracheale tube via de mond of neus te verwijderen en een opening in de hals (tracheostomie) te maken. Dit wordt gedaan om het comfort van de patiënt te verbeteren en hem verder te ondersteunen tot dit niet meer noodzakelijk is.
Infecties
Infecties zijn vaak de oorzaak van opname op de Intensieve Zorg afdeling maar kunnen ook voorkomen tijdens het verblijf op Intensieve zorg. Zijn maken deel uit van de zogenaamde “nosocomiale” infecties of ziekenhuisinfecties. Het blijft nog altijd niet echt duidelijk hoe dergelijk infecties ontstaan, en waarom de ene patiënt wel dergelijke infecties oploopt en de andere niet. De algemene zwakte van de patiënt, het eventueel chronisch onderliggende lijden, het verbreken van de natuurlijke barriëres door het plaatsen van een endotracheal tube of centrale veneuze catheters of blaascatheter en ten slotte de overdracht van patiënt tot patiënt door de zorgverstrekkers spelen hier een belangrijke rol. Deze laatste krijgt de meeste aandacht in de media terwijl studies aangetoond hebben dat met een goede handhygiëne ziekenhuisinfecties “slechts” met 20-30% kunnen teruggedreven worden. Niettemin wordt er zeer veel aandacht besteed aan handhygiëne op onze afdeling. Zo gaan de zorgverstrekkers hun best doen om een dergelijk overdacht van kiemen tussen patiënten te beperken door regelmatig hun handen te wassen met alcohol en handschoenen te dragen bij risicopatiënten. Soms worden patiënten met bepaalde ziekenhuiskiemen zoals (Methicillen Resistente Staphylococcus Aureus) ook geïsoleerd. De meest voorkomende infectie bij een patiënt aan een beademingtoestel is een pneumonie of infectie van de long. Een andere infectie die kan optreden is een infectie van het bloed (bloedstroominfectie). Deze infectie kan onder andere veroorzaakt worden door de catheters die de patiënt nodig heeft voor het geven van medicatie. Dit noemt men een cathetersepsis. De derde meest voorkomende infectie is de urineweginfectie. De overgrote meerderheid van de ziekenhuisinfecties kunnen behandeld worden met antibiotica. Indien een catheter de ingangspoort is van infectie wordt die tijdelijk verwijderd of herplaatst.
Sepsis en ernstige sepsis
De ontstekingsreactie ten gevolge van een infectie noemen we sepsis. Ernstige sepsis treedt op als de ontstekingsreactie belangrijke delen van het lichaam aantast (b.v. nier, lever, long, …) en de patiënt heel ziek maakt (nierfalen, leverfalen, respiratoir falen, ...). Vaak gaat een dergelijke reactie gepaard met “capillaire lek”. De kleine haarfijne bloedvaten (de “capillairen”) laten dan vocht vanuit de bloedbaan door waardoor enerzijds vochtopstapeling ontstaan met oedeemvorming t.h.v bijvoorbeeld de onderste ledematen en anderzijds de perfusie van de vitale organen in het gedrang komt door onvoldoende vocht in de bloedsomloop (“intravasculaire ondervulling”). Daarnaast veroorzaakt deze onstekingsreactie veralgemende klontervorming t.h.v van het lichaam wat de doorbloeding van de organen verder in het gedrang brengt. De therapie bestaat uit agressieve vulling, antibiotica, interventies om de bron van de infectie te controleren zoals bv chirurgie om een abces te draineren en soms het toedienen van een een specifiek bloedverdunner. Ondanks deze maatregelen leidt ernstige sepsis vaak tot het falen van verschillende vitale organen waarvoor er toch ondersteuning zal nodig zijn van de vitale functies (b.v. nierdialyse omwille van nierinsufficientie, beademing omwille van respiratoire insufficientie,…). Deze toestand noemt met het Multipel Orgaan Dysfunctie Syndroom (MODS) Wanneer er medicamenteuze bloeddrukondersteuning nodig is door middel van specifieke medicatie spreekt men van septische shock.
Acute nierinsufficiëntie
De nieren filteren vocht en afvalstoffen (toxines) uit het lichaam. Wanneer dit niet op een efficiënte wijze gebeurd, stapelt het vocht en de toxines zich op in ons lichaam. Deze toxines hebben een nefaste invloed op de functie van verschillende organen in ons lichaam. Deze toestand noemt men nierinsufficiëntie. Nierinsufficiëntie is een veel voorkomende aandoening op de intensieve zorg afdeling. Dit is ook soms één van de redenen waarom patiënten naar intensieve zorgen getransfereerd worden.
Nierfalen kan mild tot zeer ernstig zijn. Bij de ernstige vormen van nierfalen kan dialyse noodzakelijk zijn. Hier wordt de nierfunctie overgenomen door de kunstnier om zo de toxines en het vocht uit het lichaam te verwijderen. Dialyse zorgt niet voor een herstel van de nieren maar voorkomt een vergiftiging van het lichaam. Doorgaans (> 90% van de gevallen) hersteld de nierfunctie bij patiënten met acute nierinsufficiëntie. Dit is zeker het geval wanneer de nierfunctie op voorhand goed was. Bij patiënten waarbij de nierfunctie reeds aangetast was door bv. diabetes zijn de kansen op recuperatie kleiner. De nieren herstellen over het algemeen langzaam, meestal over een aantal weken. Het kan dan ook soms maanden duren vooraleer de patiënt volledig dialysevrij kan leven.
Neurologische aandoeningen
Patiënten kunnen met een groot verscheidenheid aan neurologische aandoeningen opgenomen worden op de Intensieve Zorg afdeling. Klassieke voorbeelden zijn het hersentrauma, de bacteriële meningitis, een uitgebreide herseninfarct of bloeding en epilepsie. Deze kunnen al dan niet gepaard gaan met een indaling van het bewustzijn. Bij ernstig ingedaald bewustzijn of “coma” dient de patiënt mechanisch beademd te worden. Eens de patiënt kunstmatig in slaap wordt gebracht kan men moeilijk nog een onderscheid maken tussen het kunstmatig coma en het coma veroorzaakt door de oorspronkelijk onderliggende neurologische aandoening.
Reversiebele neurologische aandoening ziet men vaak bij kritische zieke patiënten. De patiënt kan slaperig, gedesoriënteerd, geagiteerd of bang zijn. Vooral oudere patiënten zijn gevoelig voor neurologische stoornissen. De omgevingsverandering of slaapproblemen liggen vaak aan de basis van deze stoornissen. Sommige patiënten hebben medicatie nodig of moeten soms gefixeerd worden om te voorkomen dat ze zichzelf zouden kwetsen.
Bloeding en klontervorming
Stressulcera (“maagzweren”) met maagbloeding worden vaak gezien bij de zwaar zieke patiënt, dit ondanks de medicatie die preventief gegeven wordt. Normaal gezien stopt de bloeding uit zichzelf, bij ernstige bloedingen kan een bloedtransfusie nodig zijn. Er wordt een maagonderzoek (gastroscopie) uitgevoerd om de ernst van het probleem in te schatten en eventueel ook een lokale behandeling uit te voeren.
Daarnaast ontwikkelen de zwaar zieke patiënten gemakkelijk klonters t.h.v de aders in de onderste ledematen. Eens dat deze zich uitbreiden boven de knie kunnen deze loskomen en een longembolie veroorzaken. Ook daarvoor krijgen de patiënten preventief medicatie toegediend.