home | contact | sitemap | information in english


Gebruikte apparatuur

1. Ventilator: Kunstmatige ventilatie


1.1 Wat is kunstmatige beademing?

Kunstmatige beademing is een vorm van artificiële ademhaling. De ademhaling van de patiënt wordt overgenomen of ondersteund door een beademingstoestel.

1.2 Hoe werkt een beademingstoestel?
Een beademingstoestel blaast een zuurstofmengsel in de longen, volgens vooraf bepaalde instellingen zoals frekwentie, volume of de gebruikte druk. Het maakt het ook mogelijk om bij iedere ademhaling de frequentie, het volume, de drukken in de longen,… na te gaan. Het ingeblazen zuurstofmengsel wordt ook gefilterd en bevochtigd.
Een beademingstoestel zal de ademhaling zodanig ondersteunen dat er voldoende zuurstof in het bloed opgenomen wordt en er voldoende CO2 verwijderd wordt.
Het beademingstoestel wordt door middel van de beademingsslangen verbonden met de endotracheale tube (beademingstube) of tracheostomie tube (canule) van de patiënt.

1.3 Hoe lang wordt een beademingstoestel gebruikt?
Dit zal afhankelijk zijn van de toestand van de patiënt. Dit kan variëren van enkele uren tot enkele weken of maanden. Bij sommige patiënten zijn de longen zodanig ziek dat zij levenslang aangewezen zijn op een of andere vorm van kunstmatige ventilatie.

1.4 Doet het pijn om beademd te worden?
Neen, de patiënt kan voelen dat de lucht in zijn longen geblazen wordt, maar dit doet geen pijn. Meestal heeft de patiënt meer last van de beademingstube die zich in de neus of de mond bevindt.

1.5 Zijn er mogelijke complicaties bij kunstmatige ventilatie?
De patiënten die kunstmatig beademd worden hebben een grotere kans om longinfecties (pneumonie) op te lopen dan patienten die niet beademd worden.
Daarnaast is het belangrijk dat de endotracheale tube op de juiste plaats blijft. Bij woelige patiënten kan dit vaak een probleem zijn. Daarom worden deze mensen soms aan de handen gefixeerd. Ondanks deze maatregelen slagen sommige patiënten er soms toch in om de tube te verwijderen. Meestal zal het herplaatsen van de tube toch noodzakelijk zijn.


HFO ventilator

2. Sondevoeding

Sondevoeding is vloeibare voeding die via een slangetje dat zich in de maag bevindt wordt toegediend.
Sondevoeding bevat alle voedingsstoffen die een patiënt nodig heeft, en is bedoeld voor patiënten die door ziekte, na een ingreep of door een behandeling niet op een normale manier kunnen eten. Het lichaam krijgt dan onvoldoende voedingsstoffen om in een goede conditie te blijven. Het gebruik van sondevoeding kan voorkomen dat een patiënt, door een verminderde inname en/of verhoogde behoefte aan bepaalde voedingsstoffen, ondervoed raakt.

3. ICP-meting of intracraniële drukmeting

3.1 Wat is intracraniële drukmonitoring?
Intensieve zorgen patiënten die een hersentrauma, hersenbloeding, hersenoperatie, of andere aandoeningen hebben waarbij de hersenen kunnen zwellen, hebben soms een intracraniële drukmeting (ICP-meting) nodig.
Het doel van een ICP-meting is het continu observeren van de druk in de hersenpan. Als die druk te hoog wordt, kan dit de bloeddoorstroming naar de hersenen belemmeren en hersenschade veroorzaken.

3.2 Wat is een intracraniële drain?
Een intracraniële drain is een smal plastic buisje die zich in de hersenen bevindt, dat verbonden is met een monitor rond het bed en langs waar continu de intracraniële drukken weergeeft.

3.3 Hoe werkt een ICP-meting?
De ICP-drukmeting wordt tijdens een operatie geplaatst door een. Onder algemene verdoving wordt er een insnede in de huid gemaakt en daarna een heel klein boorgat in de schedel waarlangs het plastic buisje wordt ingebracht. De ICP-drain wordt meestal ingebracht ter hoogte van het bovenste linker of rechter gedeelte van de hersenen. Soms is het nodig om hersen vocht te laten afvloeien via dit buisje.

3.4 Hoe lang blijft een ICP-meting ter plaatse?
De ICP-drain blijft ter plaatse tot wanneer de artsen het niet meer nodig vinden om de intracraniële drukken verder te controleren. Als de intracraniële drukken abnormaal hoog zijn dan zullen de artsen en verpleegkundigen maatregelen nemen om de drukken te proberen normaliseren.

3.5 Doet een ICP-meting pijn?
De patiënten worden onder verdoving gebracht voor het plaatsen van de ICP-drain. Na de ingreep mogen ze, afhankelijk van het voorschrift van de arts, terug wakker worden of worden ze in slaap gehouden. Door de wakkere patiënten wordt de aanwezigheid van een ICP-drain als niet pijnlijk ervaren.

3.6 Zijn er mogelijke complicaties verbonden met een ICP-meting?
De mogelijke complicaties die kunnen optreden bij een ICP-meting zijn infecties en hersenbloedingen, doch deze komen zelden voor.

4. Bloeddrukmeting

4.1 Wat is de bloeddruk?
De bloeddruk is de kracht die het circulerende bloed uitoefent op de wanden van de slagaders.

4.2 Waarom wordt de bloeddruk gemeten?
De bloeddruk helpt het ICU-team het hart en de bloedflow in het lichaam te monitoren.

4.3 Wat is een normale bloeddruk?
De bloeddruk is afhankelijk van de leeftijd, geslacht, grootte en algemene toestand van de patiënt. De normale bloeddruk varieert van 120/60, uitgesproken als 120 over 60 of 12 over 6. Het eerste getal verwijst naar de systolische druk. Dit is de druk die waargenomen wordt bij het samentrekken (=contractie) van de hartspier. Het tweede getal verwijst naar de diastolische druk. Dit is de druk die waargenomen wordt bij het ontspannen van de hartspier. Bij een intensieve zorgen patiënt kunnen de bloeddrukken enorm variëren. Dit afhankelijk van de algemene toestand en de therapie van de patiënt.

4.4 Wat gebeurt er als de bloeddruk te hoog of te laag is?
Afhankelijk van de patiënt, kunnen schommelingen in de bloeddruk schadelijk zijn. Als de bloeddruk te laag is, kan er niet voldoende bloed en zuurstof rondgepompt worden doorheen het lichaam en naar de organen. Als deze lage bloeddruk niet gecorrigeerd wordt dan kunnen de belangrijke organen zoals hersenen, hart, nieren en lever beginnen minder goed functioneren. Als de bloeddruk te hoog is, betekent dit dat het lichaam aan hoge drukken blootgesteld wordt. Dit kan schade veroorzaken aan de organen indien dit niet gecorrigeerd wordt. Ook dan kunnen de organen beginnen minder goed functioneren.

4.5 Hoe wordt de bloeddruk gemeten?
Een manometer is een van de meest gebruikte instrumenten op de intensieve zorgen afdeling om de bloeddruk te meten. Deze bestaat uit een opblaasbare manchet die verbonden is met 2 fijne buisjes naar het drukafleesgedeelte. De manchet wordt opgeblazen rond de arm van de patiënt tot een bepaalde druk. Daarna wordt langzaam de druk verminderd. Men hoort de bloedflow en kan de drukken waarnemen tijdens het samentrekken en het ontspannen van de hartspier. Deze informatie wordt doorgestuurd naar het afleesbare gedeelte van het toestel.

4.6 Doet een bloeddrukmeting pijn?
Neen maar de patiënt zal wel steeds het opblazen en leeglopen van de manchet ondervinden.

4.7 Kan de bloeddruk op een andere manier gemeten worden?
Ja, als de bloeddruk te hoog, te laag, te onstabiel is of als er bloeddrukondersteunende medicatie gegeven wordt, dan kan de arts het nodig achten een meer invasieve techniek toe te passen. Hierdoor kan de bloeddruk veel nauwkeuriger en continu gemeten worden. In dit geval zal de arts een klein buisje (= een intra-arteriële catheter) in de slagader van de pols, de lies, de voet of de elleboog plaatsen. Daarna wordt de catheter aangesloten op de monitor.
Deze catheter maakt het bovendien mogelijk om veel bloedafnames te doen zonder dat de patiënt hiervoor nog telkens moet geprikt worden.

4.8 Hoe lang blijft een intra-arteriële catheter ter plaatse?
Deze catheter blijft normaal gezien voor een korte tijd ter plaatse en wordt op voorschrift van de arts geplaatst en verwijderd.

4.9 Doet de intra-arteriële bloeddrukmeting pijn?
Bij plaatsing van de catheter geeft dit hetzelfde gevoel als bij een gewone bloedafname. Langzaam zal de pijn verdwijnen.

4.10 Zijn er mogelijke complicaties bij bloeddrukmonitoring?
Bij de niet-invasieve vorm van bloeddrukmonitoring zijn er geen noemenswaardige complicaties te verwachten.
Bij de invasieve vorm van bloeddrukmonitoring kunnen er bloedingen en infecties optreden, of problemen met de doorbloeding van de hand. Doch dit komt heel zelden voor.

5. Blaassonde – urine drainage

5.1 Wat is urine drainage?
Dit is een manier om de urine uit het lichaam te verwijderen. Sommige patiënten zijn niet meer in staat om zelfstandig te plassen of zijn zodanig ziek dat hun urine-produktie (diurese) zeer nauwkeurig moet worden geregistreerd.

5.2 Hoe gebeurt urine-drainage?
Er wordt een catheter via de urethra tot in de blaas opgeschoven om zo de urine te kunnen laten afvloeien. Deze catheter wordt dan verbonden met een opvangsysteem om zo de diurese zeer nauwkeurig te volgen.

5.3 Doet een blaascatheter pijn?
Bij het plaatsen van de blaascatheter kan er een onaangenaam gevoel optreden. Dit gevoel zal normaal gezien snel verdwijnen. Bij sommige patiënten kan de aanwezigheid van een blaascatheter een voortdurende drang tot urineren geven. Dit gaat meestal spontaan over.

5.4 Wat zijn de mogelijke complicaties die kunnen optreden bij een blaascatheter?
De meeste complicaties zijn urineweginfecties of bloedingen, doch deze laatste komen zelden voor.

6. De monitor

6.1 Wat is een monitor aan bed?
De monitor aan bed ziet eruit als een klein televisietoestel. Het aantal parameters dat weergegeven wordt is afhankelijk van de instelling. De instelling gebeurt door de verpleegkundige of arts.
Er worden verschillende kabels verbonden aan de monitor die op hun beurt in verbinding staan met de patiënt. Zo kunnen de verschillende parameters nauwlettend gemonitord worden op het beeldscherm.

6.2 Wanneer wordt een monitor aan bed gebruikt?
Op de intensieve zorgen afdeling worden alle patiënten gemonitord. Dit maakt het mogelijk om verschillende parameters nauwlettend in het oog te houden. Daarnaast worden de alarmgrenzen vrij scherp ingesteld zodat dat bij de minste verandering de verpleegkundige verwittigd wordt.

6.3 Doet het gebruik van een monitor pijn?
Neen. Aangesloten zijn aan een monitor aan bed doet geen pijn. De aanwezigheid van de vele kabels kan storend zijn voor de patiënt.

6.4 Hoe lang wordt een monitor aan bed gebruikt?
Alle patiënten zullen gedurende hun verblijf op de intensieve zorgen afdeling aangesloten blijven op de monitor.

7. Maagsonde

7.1 Wat is een maagsonde?
Een maagsonde is een plastic buisje dat via de neus of de mond van de patiënt geplaatst wordt en opgeschoven wordt tot in de maag. Het kan de bedoeling zijn om de patiënt langs deze weg te voeden of zijn medicatie te geven omdat de patiënt niet of onvoldoende kan slikken. Dan wordt de maagsonde aangesloten op een voedingslijn. Anderzijds kan het ook de bedoeling zijn om de maag leeg te maken om bijvoorbeeld braken te voorkomen. Dan wordt er een opvangzak of een pomp aangesloten op de maagsonde.

7.2 Doet een maagsonde pijn?
Het plaatsen van een maagsonde is een onaangenaam voor een wakkere patiënt. Eens de maagsonde ter plaatse is, veroorzaakt deze weinig hinder bij de meeste patiënten.

7.3 Hoe blijft een maagsonde op zijn plaats?
Normaal gezien wordt de maagsonde vast gekleefd met een pleister ter hoogte van de neus of de wang.

7.4 Hoe lang blijft de maagsonde ter plaatse?
Dit is afhankelijk van de reden waarom de patiënt een maagsonde heeft. De maag van een zwaar zieke patiënt werkt vaak onvoldoende door de onderliggende aandoening of ziekte. Er zullen zich maagsappen opstapelen in de maag omdat deze zich niet normaal kan ledigen. Indien men deze maagsappen niet zou draineren dan zal de patiënt last hebben van braken en misselijkheid. Vandaar dat de maagsonde niet zal verwijderd worden vooraleer er weer een normale maagfunctie is.
Sommige patiënten kunnen niet voldoende slikken. Bij deze patiënten zal het nodig zijn om hen gedurende die periode te voeden via de maagsonde.

7.5 Zijn er complicaties te verwachten bij het gebruik van een maagsonde?
Zelden. Als de maagsonde lang ter plaatse moet blijven kunnen er eventueel drukwondjes ontstaan in de neus of de mond.

8. Endotracheale tube

8.1 Wat is een intubatie?
Intubatie is een algemene procedure waarbij via de mond een buisje in de luchtpijp wordt geplaatst van de patiënt. Dit noemt men een endotracheale intubatie.

8.2 Waarom doet men een endotracheale intubatie?
Endotracheale intubatie is nodig als de patiënt niet meer zelfstandig kan ademen of onvoldoende zijn slijmen kan ophoesten.

8.3 Hoe gebeurt een endotracheale intubatie?
De patiënt wordt hiervoor volledig in slaap gebracht. Vervolgens wordt de endotracheale tube via de neus of via de mond geplaatst. Daarna wordt deze verder opgeschoven tot in de luchtpijp.

8.4 Doet de aanwezigheid van een endotracheale tube pijn?
De aanwezigheid van de tube in de mond of de neus geeft een onaangenaam gevoel aan de patiënt. Daarom zal de patiënt medicatie krijgen die enerzijds de patiënt zal kalmeren en doen slapen, en anderzijds de pijn zal opheffen.

8.5 Zijn er mogelijke complicaties verbonden aan het gebruik van een endotracheale tube?
Ja. De mond, tanden en bovenste luchtweg kunnen beschadigd worden tijdens het plaatsen van de tube. Bij langdurige intubatie kunnen de stembanden gekwetst worden.

9. Intraveneuze lijn of catheter

9.1 Wat is een intraveneuze lijn of catheter?
Met intraveneus bedoelt men “in een vene” (ader). Het gaat hier om een catheter (buisje) die in een vene geplaatst wordt. We spreken van een centraal veneuze catheter wanneer deze catheter in een grote ader in de hals of in de lies wordt geplaatst. Langs deze weg wordt het mogelijk om enerzijds bloedafnames te doen en anderzijds allerlei medicatie toe te dienen.

9.2 Doet een intraveneuze catheter pijn?
Ja, daarom wordt er bij het plaatsen van centraal veneuze catheter eerst lokale verdoving ingespoten. Eenmaal de catheter ter plaatse is, doet deze geen pijn meer.
Voor het plaatsen van een perifere catheter (catheter in een kleine ader, meestal op de voorarm) wordt er zelden eerst verdoofd. Hier voelt de patiënt een prik zoals wanneer er bloed wordt genomen.

9.3 Hoe lang blijft een intraveneuze catheter ter plaatse?
Dit hangt vooral af van de toestand van de patiënt. De catheter wordt verwijderd op voorschrift van de arts. Soms kan het nodig zijn de catheter te herplaatsen.

9.4 Zijn er mogelijke complicaties te verwachten?
Bloeding en infecties zijn de meest voorkomende complicaties doch komen zelden voor.

10. Geïnformatiseerd verpleegdossier

IZIS staat voor Intensieve Zorgen Informatie Systeem en is een elektronisch verpleegdossier. Hier kunnen de verpleegkundigen hun observaties inbrengen en geven de artsen hun orders door.

11. Drain

11.1 Wat is een drain
Dit is een kunststofslangetje waardoor vocht of lucht het lichaam kan verlaten. Wordt bijvoorbeeld na een operatie in de wonde geplaatst, zodat bloed en wondvocht kunnen afvloeien.

11.2 Hoelang blijft een drain ter plaatse?
Een drain blijft ter plaatse zolang de artsen het nodig vinden.

12. Tracheostomie

12.1 Wat is een tracheostomie?
Een tracheostomie is een klein buisje dat via de hals rechtstreeks in de luchtpijp wordt ingebracht. De chirurgische ingreep noemt men een tracheotomie.

12.2 Wanneer heeft men een tracheostomie nodig?
Een tracheostomie kan nodig zijn bij intensieve zorgen patiënten die langdurig kunstmatig beademd zijn, bij patiënten bij wie de ademhalingsspieren zodanig verzwakt zijn dat ze moeite hebben om hun secreties op te hoesten, en bij patiënten met vernauwde of geobstrueerde bovenste luchtweg. Daarnaast wordt een tracheotomie ook soms geplaatst bij patienten met neurologische aandoeningen die niet instaat zijn hun luchtweg open te houden.

12.3 Hoe gebeurt een tracheostomie?
De ingreep kan zowel in de operatiezaal of aan het bed van de patiënt gebeuren. Een anesthesie is noodzakelijk gedurende de ingreep. De ingreep kan op 2 manieren gebeuren: de open manier of de percutane manier.
Bij de open manier wordt er een incisie gemaakt in het onderste gedeelte van de hals, juist boven de luchtpijp. Daarna wordt onder directe visie een insnede gemaakt in de luchtpijp (trachea), waarna het buisje of de canule ter plaatse gebracht wordt.
Bij de percutane manier wordt er op dezelfde manier gewerkt, maar de incisie is kleiner omdat de opening wordt dan langzaam wijder gemaakt tot de juiste grootte van het buisje of de canule wordt bereikt.
De voordelen van de tracheostomie ten opzichte van de endotracheale tube zijn niet te onderschatten. Een tracheostomie is ten eerste veel comfortabeler voor de patiënt. Ten tweede wordt het voor de patiënt veel gemakkelijker om te ademen. Ten derde is het soms mogelijk om te eten en te drinken als de toestand van de patiënt het toelaat. Ten slotte is het met sommige canules mogelijk om te praten zodra de patiënt zelfstandig kan ademen.
De meeste tracheostomies bij intensieve zorgen patiënten zijn tijdelijk.

12.4 Hoe lang blijft een tracheostomie ter plaatse?
Meestal worden tracheostomies enkele weken ter plaatse gelaten, en daarna verwijderd. In andere situaties blijft de tracheostomie voor langere tijd, en soms zelfs levenslang ter plaatse.

12.5 Doet een tracheostomie pijn?
De patiënt wordt tijdens de procedure in slaap gebracht. Nadien ondervindt hij nauwelijks hinder van de tracheostomie.

12.6 Zijn er complicaties te verwachten bij een tracheostomie?
De meeste complicaties die gepaard gaan met een tracheostomie zijn het optreden van infecties en bloedingen. Ook kan de canule verstopt raken door secreties, en daarom is het nodig om de canule regelmatig te herplaatsen. Dit wordt gedaan door de oude canule te verwijderen en de nieuwe doorheen hetzelde gaatje terug te plaatsen. De patiënt ondervindt daar meestal weinig hinder van.

13. Thoraxdrainage

13.1 Wat is thoraxdrainage?
Het verwijderen van vocht en/of lucht uit de pleuraholte (holte tussen de 2 longvliezen).

13.2 Wanneer heeft een patiënt thoraxdrainage nodig?
Thoraxdrainage kan nodig zijn na long of hartchirurgie, thoraxtrauma of wanneer er overvloedig vocht of lucht tussen de pleurabladen zit.

13.3 Hoe wordt een thoraxdrain geplaatst?
Een thoraxdrain wordt chirurgisch geplaatst doorheen de wand van de borstkas, tussen de ribben tot in de pleuraholte. Het andere uiteinde wordt verbonden met een thoraxdrainagesysteem al dan niet met suctie.

13.4 Wat is een thoraxdrain?
Dit is een smal plastic buisje die in de thoraxholte geplaatst wordt. Het plaatsen van een thoraxdrain noemt men een thoracostomie.

13.5 Hoe lang is thoraxdrainage noodzakelijk?
De thoraxdrain zal pas verwijderd worden op voorschrift van de arts. De drain zal aanwezig blijven tot het probleem is opgelost. De arts zal elke dag een longfoto nemen om te kijken of de drain nog op de juiste plaats zit en of hij nog voldoende draineert.

13.6 Doet thoraxdrainage pijn?
Ja en daarom wordt bij het plaatsen van de drain lokale verdoving ingespoten. Nadien kan er pijn ter hoogte van de insteekplaats optreden. Om het ongemak tegen te gaan, wordt er pijnstilling gegeven.

13.7 Zijn er mogelijke complicaties te verwachten bij thoraxdrainage?
Infecties en bloeding zijn mogelijke complicaties maar treden zelden op.

14. IABP of Intra-aortic Balloon Pump

14.1 Wat is IABP?
Het plaatsen van een IABP is een tijdelijke maatregel om het hart te ondersteunen.

14.2 Hoe werkt een IABP?
Een IABP bestaat uit een lang, fijn buisje, met aan de tip een ballon, die via een catheter in de liesslagader wordt ingebracht. Deze buis wordt dan opgeschoven tot in de aorta (grote lichaamsslagader). Eenmaal ter plaatse wordt de buis aangesloten op het IABP-toestel.
De ballonpomp blaast speciale lucht in het buisje waardoor de ballon van het buisje op de juiste tijdstippen opblaast en ontblaast. Deze pompfunctie maakt het mogelijk om zowel het hart als het lichaam van voldoende bloed te voorzien.

14.3 Hoe lang blijft een IABP ter plaatse?

Normaal gezien blijft deze maar voor een beperkte tijd ter plaatse. Het is de bedoeling om via de IABP de patiënt te proberen stabiliseren in afwachting op een hartoperatie of om de functie van het hart tijdelijk te ondersteunen na een hartaanval, bepaalde procedure of ingreep.

14.4 Doet een IABP pijn?
Patiënten met een IABP ondervinden weinig of geen ongemak. Mocht de patiënt pijn hebben wordt er pijnstilling gegeven.

14.5 Zijn er mogelijke complicaties te verwachten bij een IABP?
Soms zijn er complicaties te verwachten maar deze worden beter besproken met de arts of de verpleegkundige.

15. Spuitpompen en infuuspompen


infuuspompen


spuitpompen

 

Air Force 1 Classic Lowair force one lowDunk Shoes For Womennike air max 95nike sb dunkLeBron VIIchristian louboutin saleDunk SB Highcheap christian louboutintory burch salelebron james shoes